Vegan Tompouce

Mijn ‘bonus dochter’ is gek op tompouce. Nu ben ik dat ook, maar sinds mijn switch naar de plantaardige en suikervrije keuken heb ik dit niet meer gehad. Het meisje leeft net als mijn kinderen door de scheiding in twee verschillende werelden qua etensgewoonten. Dat maakt dat ze het niet altijd even leuk en lekker vinden wat ik klaar maak of omdat ik niet koop wat zij graag willen hebben.

Nu is er is volgens mij geen enkel recept wat niet al aangepast is of kan worden naar een plantaardige versie dus om haar tegemoet te komen in de wens van een tompouce, ben ik het internet opgegaan. Na een aantal verschillende recepten te hebben gelezen, heb ik uiteindelijk gekozen voor de variant van de veganchallenge

Lees verder Vegan Tompouce

Creatief denken

Humoristisch en verhelderd 20 minuten durend filmpje waarin onderzoeker Ken Robinson stelt dat school de creativiteit van kinderen doodt.

Ik herken zoveel in zijn woorden en stellingen en ik wordt er door geraakt en wakker geschut. Ik heb wat hij verteld namelijk zelf ervaren. Ik ben of eigenlijk ‘was’ een heel creatief kind. Nee toch niet, ik ben een creatief wezen wat vroeger heel actief aan het creëren was. Uren aan een stuk maakte mijn handen wat ik bedacht of wat ik ergens anders zag. Het maakte niet uit met wat voor materiaal van karton, stof, breigaren, afval verpakkingen en tot ijs stokjes en wattenstaafjes aan toe. Ik zag overal mogelijkheden in. 

Ik kan mij nog goed herinneren dat ik in mijn ‘brei periode’, welke tegelijk viel met mijn Barbie tijd, had bedacht dat er een prachtige zwart met rode tangojurk voor mijn Barbie moest komen. Ik begon met breien, zonder patroon gewoon van uit het plaatje in mijn hoofd. Ik kon steken vermeerderen en verminderen dus niets hield mij tegen. Inderdaad het was geen punt, in no time had ik een jurk gemaakt met spaghettibandjes, strak bovenlijfje en een wijd uitlopende rok die ook nog eens uit laagjes bestond. Trots en voldaan trok ik de Barbie haar nieuwe jurk aan en liet ik haar dansen en rondjes zwieren.

Dit specifieke voorbeeld staat mij nog zo ontzettend vers in het geheugen en daarbij voel ik ook de onmacht van nu. Hoe kan het dat ik dit niet meer kan? Of liever gezegd niet meer DENK te kunnen? Hoe komt het dat ik zo in mijn hoofd geschoten ben? En waardoor ben ik de waarde van het creëren gaan onderwaarderen? Is het omdat ik het denken en het relativeren niet een beetje ben gaan overwaarderen? Is dat niet wat er in het huidige systeem veelal gebeurd?

Bij mijn dochter zie ik nu al hetzelfde gebeuren. Ze is net 11 jaar en voorspel dat ze straks op het middelbaar onderwijs nog minder knutseltijd gaat krijgen door de ‘HOOFD-vakken’ en het (T)HUIS-werk.

De surprise tijd staat weer voor de deur en waar ze andere jaren vol enthousiasme mooie dingen maakte, heeft ze zich er nu redelijk ‘makkelijk’ en weinig creatief vanaf gemaakt. Ik neem het haar niet kwalijk, hooguit het schoolsysteem en natuurlijk mezelf. Ik ben immers haar voorbeeld en onderneem zelf ook nauwelijks nog iets creatiefs terwijl ik een aantal jaren geleden juist heel actief was en er ook ontzettend van genoot.

Note to myself: ‘Ik erken de waarde van het creëren met mijn handen en gun mezelf weer de tijd dit te gaan her-ontdekken’

Hoe is het met jullie creativiteit gesteld en herkennen jullie dit ook bij jullie kinderen op school en thuis?

 

Prachtig gezongen over loslaten, de belofte aan jezelf, je leven waar te maken.

https://www.facebook.com/arie.derover.3/videos/10153671873942226/

Een universeel thema waar iedereen in zijn of haar leven mee te dealen krijgt. Als moeder van twee opgroeiende tieners heb ik er al mee te maken. Als kind van mijn ouders heb ik er ook mee te maken, de afgelopen jaren meer dan ooit.

Het loskomen van je ouders is een natuurlijk proces. Wanneer dit plaats vindt, is verschillend per gezin. Het wordt vaak gekenmerkt door de manier waarop jouw ouders zich hebben losgemaakt. Dat is immers het referentiekader. Dat wil niet zeggen dat het op diezelfde manier gaat, het kan juist ook zo zijn dat het op de tegenoverstaande manier plaats vind.

Wanneer de verstrikking met een van de ouders zo groot is dat het kind niet anders kan dan de band rigoureus door te knippen en het contact te verbreken, dan kan het natuurlijk zo zijn dat deze ouder later bang is dat hun kind dit ook zo gaat doen. De onderliggende angst hiervoor kan de kinderen vanuit de loyaliteitsband dusdanig lang aan de ouder binden. 

Het voordeel van het laat loskomen van je ouders is dat het hele proces nog vers in het geheugen staat zodra je eigen kinderen de transitie van kind naar jongvolwassenen maken.

Ik ga er dan ook vanuit dat ik mijn eigen proces nog haarscherp kan herinneren op het moment dat mijn eigen kinderen zich van mij gaan afzetten en de belofte aan hun leven gaan waarmaken.

Hoe vaak stoei jij met je zoon?

Ik geef graag toe dat ik als moeder, ook ontzettend graag stoei met mijn 15 jarige zoon. We rollen zo’n beetje door de hele woonkamer heen. Hij is inmiddels groter dan ik ben en zijn spierkracht neemt toe. Wat ik vooral opmerk is zijn wilskracht of wel zijn mentale kracht om mij in dit geval in een greep te krijgen waarin ik niets meer kan beginnen. Voor ons is dit het punt dat iemand heeft gewonnen. Er valt veel op te merken aan hoe je kind in de wereld staat. Het valt mij op dat waar ik nog wel eens irritant ga lopen knijpen blijft hij meestal ‘netjes’. Dat lange haar van mij is nog wel eens een makkelijk doelwit, maar ja ik trek ook aan zijn haar.

Waarom doen we dit eigenlijk? Omdat we het in de eerste plaats heel erg leuk vinden, we hebben zo ontzettend veel lol! Het is spontaan ontstaan en al doende leerde ik wel de waarde van het stoeien. Ik werd mij bewust van stukken in mezelf en het geeft mij inzichten over hoe mijn zoon zich ontwikkeld van klein ventje tot een jong volwassenen.

Op de basisschool van mijn zoon kon ik me echt irriteren aan die overblijfmoeders die de hele tijd maar voor ‘lieve vrede’ op het schoolplein aan het regeren waren. Jongens die aan het stoeien waren werden direct uit elkaar gehaald en kregen een rode kaart en konden zich binnen melden voor strafwerk. Jongens horen te stoeien met elkaar, helemaal tijdens de pauze. Laat ze uitrazen, rennen, stoeien, druk doen enz. Stoeien met andere jongens, broertjes en vaders zijn op heel veel vlakken juist heel erg opvoedkundig verantwoord. Stoeien en met elkaar in beweging zijn en daarbij het voelen en spelen van de eigen en elkaars grenzen heeft volgens mij voor jongens een meerwaarde in de ontwikkelingsproces tot man

Hoe bewust ben jij van wat het in jezelf teweeg brengt en hoeveel is er met jou in je kindertijd gestoeid?