Zal ik blijven of zal ik gaan?

Ik heb J. leren kennen als een pittige dame die het haar groep begeleiders soms lastig kan maken met haar gedrag. Bij mij is ze anders. Tijdens het zwemmen heb ik haar ontmoet en het werd al snel duidelijk dat wij een klik hebben.

Twee cliënten

Sindsdien doe ik het omkleden en wassen met mijn cliënt T. en zwem ik met J. Zo mag ik niet met èèn maar met twee verstandelijk en lichamelijk beperkte cliënten werken. We hebben veel lol en schateren het geregeld uit. Ik vind haar lief en zij mij. Er zijn bijzondere momenten waarin we niets zeggen en alleen intens oogcontact hebben. Op dat soort momenten is er een pure vorm van wij.

Verandering

Een paar weken voor de kerst is dit van het een op het andere moment anders. Ik signaleerde onmiddellijk een verandering in haar energie en maakte contact met haar zoals ik dat altijd doe. Een hand op haar hart en met mijn andere hand ga ik zachtjes over haar voorhoofd heen en ik kijk haar van dichtbij aan, aangezien ze blind is aan een oog.

Ik vraag haar wat er aan de hand is? Strak kijkt ze mij aan en verteld dat ze spierverslappers krijgt. Het kost haar duidelijk moeite om de woorden omhoog te laten komen en soms komt het niet ver genoeg en klapt ze haar mond weer ongedane zaken dicht. Boos kijkt ze weg. Frustratie en onmacht.

Medicatie

Vanaf dit moment zijn onze zwempartijtjes minder leuk en moet ik haar soms echt streng toespreken. Ze wil tuffen en ik voel aan alles dat dit pure onmacht is. Ik heb het met haar te doen en weet het met een geintje geregeld te keren. Na het zwemmen overleg ik met haar begeleiders en zij zijn het volkomen met mij eens. Ook op de groep laat ze dit nieuwe gedrag zien.

De spieren voelen niks relaxter en de medische staf heeft geen boodschap aan onze verklaringen. Sterker nog na een maand wordt de dosering verhoogd. Nu zijn onze zwempartijtjes een hangen, trekken en wurgen geworden. Ze wil niet meer zwemmen en op de vraag of ze liever met iemand anders wil zwemmen geeft ze duidelijk een nee.

Zelfreflectie

Dan zijn er een aantal lessen die vervallen en denk ik na over of ik hier nog mee door wil gaan. Eens in de zoveel tijd is het goed om hetgeen wat ik doe onder de loep te nemen en te onderzoeken of ik het nog steeds met liefde en toewijding doe of dat het tijd is om los te laten en verder te gaan. Zo ook dit.

Nog meer medicatie

Twee weken geleden tref ik in de kleedkamer wederom een heel andere J. aan. Haar begeleiders zeggen dat ze niet zoveel zin heeft om te praten. Ik kijk haar aan en ze is niet aanwezig. Haar energie is anders, mondhoeken wijzen omlaag en ze staart naar de grond. Ze heft haar hoofd met moeite op en een piepklein trekje om haar mond laat zien dat ze blij is mij te zien. Mijn alarmbellen gaan af. Ze heeft een heel gelaten houding en voelt als een zwaar gedrogeerd iemand.

Tijdens het zwemmen komt er geen enkel woord uit. Ze is niet meer boos, gefrustreerd of blij. Ze is vlak en lethargisch. Ik vermoed dat ze flink onder de medicijnen zit. Bij het aankleden spreek ik de groepsleiding weer aan. Ik vraag haar of ze J. nog meer of juist andere medicatie hebben gegeven?

De groepsleiding beaamd dat ze inderdaad sinds 2 dagen weer nieuwe medicatie heeft voorgeschreven gekregen. Zij hebben ook direct melding gemaakt, want nemen hetzelfde waar. De medische staf geeft echter aan dat dit absoluut niet door de medicatie komt, want daar is de dosis te laag voor.

Onmacht

Een gevoel van onmacht stroomt door mijn lijf. Sinds de start van de medicatie is alles veranderd. Het raakt mijn aversie tegen big pharma en het gevoel dat je niets te vertellen hebt en men maar wat doet. Het is mijn pijn en ik moet hiermee dealen. Ik zeg niet dat ze maar wat doen, er is ongetwijfeld een hele goede reden om dit voor te schrijven.

Wonderlijke kwaliteit

Afgelopen donderdag gebeurde er iets wonderlijks. Ik begroet mijn vriendinnetje op de gebruikelijke manier en direct begint ze te praten. Ze vraagt aan mij: Blijf jij niet zo lang meer? Verbaasd kijk ik haar aan. Dan stelt ze de vraag nogmaals: Ga jij stoppen met zwemmen?

Ik heb haar eerste vraag al begrepen en terwijl ik haar aankijk en we volkomen helder oogcontact hebben, verschijnt er een lach op mijn gezicht. Ik heb nog nooit gelogen tegen haar, ook niet om best wil en ga dit ook niet doen. Los van het feit dat ik het volkomen onzin vind is het bij haar ook een onbegonnen zaak. Zij neemt alles waar, ook als er tegen haar gelogen wordt. goed bedoeld of niet.

Ik vertel haar over mijn overpeinzingen en mijn gedachten om ermee te stoppen. Ik vertel haar ook dat ik kort daarvoor voor mij zelf heb besloten om door te gaan. Dat ik dus wel degelijk nog blijf zwemmen. Er ontsnapt een zucht en een soort van gelukzalige blik verschijnt in haar ogen.

Niemand in haar directe omgeving kan dit geweten hebben, er is slechts één persoon die van mij dit te horen heeft gekregen. Ze ‘plukt’ het gewoon uit mijn hoofd. Ik vraag aan haar: Ben jij helderziend? Terwijl haar gezicht begint te stralen antwoord ze zonder haperingen of twijfel met een volkomen helder Ja. Het is een ja vanuit haar tenen en het feit dat ze hierin gezien wordt doet haar laten stralen alsof ze zojuist uit Fukushima terug is gekomen, het raakt mij diep.

Diepe connectie

Deze ervaring staat niet op zichzelf. We hebben meer bijzondere ervaringen gedeeld, feit is wel dat juist deze diepe indruk op mij heeft achter gelaten. Ik heb altijd gevoeld dat we een bijzonder connectie hebben en dat ik haar begrijp zoals weinig anderen doen. Ze benoemt dit ook naar haar familie en groepsleiders, ze zegt dan: “Kelly snapt mij, zij weet wie ik ben en hoe ze met mij om moet gaan”

Toen ik dit voor het eerst hoorde van haar begeleiders schoot ik echt vol. Twee uurtjes per week is de investering waarvan ik slechts 3 kwartier met J. in het water lig en met haar verbind. Onbetaalbaar is het gevoel wat we ervaren als we samen zijn.

Ik blijf voorlopig nog even.

2 gedachten over “Zal ik blijven of zal ik gaan?”

Geef een reactie